Ignaz Vitzthumb
Ignaz Vitzthumb
gravure van Cardon de Oude (circa. 1785)
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België.
Ignaz Vitzthumb (1724-1816): Architect van het Brusselse Muziekleven
Inleiding: Een vergeten maestro
Ignaz (Ignace) Vitzthumb behoort tot de meest intrigerende en onderbelichte figuren uit de 18de-eeuwse Zuid-Nederlandse muziekgeschiedenis. Zijn lange leven, van 1724 tot 1816, overspande het Ancien Régime, de Oostenrijkse en Franse periodes, en het begin van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Als componist, dirigent, impresario en kapelmeester was hij decennialang een centrale spil in het culturele leven van Brussel en ver daarbuiten. Zijn biografie is niet enkel het verhaal van een individuele kunstenaar, maar een revelerende lens waardoor het muziekleven van de Lage Landen in al zijn dynamiek, politieke gevoeligheden en artistieke ambities zichtbaar wordt. Vitzthumb was een man van twee werelden: hij diende het hof, maar championneerde met ongekende gedrevenheid het Nederlandstalig muziektheater, en stond aan het roer van de legendarische Muntschouwburg in haar artistieke hoogdagen.
Vroege jaren: Van Weens koorknaap tot Brussels hofmusicus (1724-1748)
Ignaz Vitzthumb werd geboren op 14 september 1724 in Baden bij Wenen. Als kind werd hij naar Brussel gestuurd, vermoedelijk om als koorknaap te dienen in de kapel van de landvoogdes, aartshertogin Maria-Elisabeth van Oostenrijk. Deze vroege transplantatie maakte van hem een kind van het Brusselse hof. Hij genoot een goede opleiding, mogelijk aan het Brusselse Jezuïetencollege, en kreeg zijn muzikale vorming wellicht van Jean-Joseph Fiocco, de toenmalige kapelmeester van de hofkapel en voorganger van de latere Henri-Jacques de Croes.
Op zestienjarige leeftijd, in 1740, trad hij officieel in dienst van het hof als paukenist. Zijn vroege carrière werd onderbroken door de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748), waarin hij als patriot dienst nam als trommelslager in een Hongaars husarenregiment. Deze episode getuigt van een avontuurlijke en moedige geest. In september 1748, op 24-jarige leeftijd, keerde hij terug naar Brussel, een volwassen musicus die klaar was om zijn stempel te drukken.
Opkomst: Van amateurgezelschappen naar het Grand Théâtre (1748-1770)
Na zijn terugkeer integreerde Vitzthumb zich snel in het bloeiende Brusselse muziekleven. Hij trad toe tot het Concert Bourgeois, een gezelschap voor publieke concerten, waarvoor hij componeerde en musiceerde als tenor en violist. Zijn naam duikt in 1758 ook op als dirigent en componist voor de Compagnie Saint-Charles, een amateurtheatergezelschap onder bescherming van de hertog d’Ursel. Hier toonde hij voor het eerst zijn affiniteit met Nederlandstalig theater. Het gezelschap speelde met groot succes zowel Franse als Vlaamse komedies in het Théâtre du Coffy, vaak in directe concurrentie met het officiële Grand Théâtre (de Muntschouwburg).
Zijn officiële entree in die Munt volgde in 1761, als professeur des enfants de la troupe. Zijn eerste opera’s, La fausse esclave en L’éloge de la vertu (opgevoerd ter ere van landvoogd Karel van Lorreinen), werden daar uitgevoerd, hoewel de muziek helaas verloren is gegaan. Van 1763 tot 1766 was hij er maître de musique et de chant, aangesteld door de toenmalige directeur, de befaamde componist en violist Pieter van Maldere. Vitzthumb bleek echter een perfectionist en een strenge leider, die hoge eisen stelde aan het orkest. Dit leidde tot conflicten, en in 1766 werd hij niet langer in dienst genomen.
Niet voor één gat te vangen, richtte Vitzthumb zijn eigen theatercompagnie op. Met financiële steun van de hertog d’Arenberg toerde hij door de Nederlanden, waar hij in Den Haag en op Paleis Het Loo optrad voor stadhouder Willem V, die hem betaalde als Directeur de l’Opéra flamand. Deze Nederlandse tournees bewezen zijn ondernemerschap en de kwaliteit van zijn gezelschap.
Hoogtepunt: Directeur van de Munt en kampioen van de Vlaamse Opera (1770-1777)
In 1770 keerde Vitzthumb, dankzij de steun van d’Arenberg en de Munt-directeur d’Hannetaire, terug naar de Muntschouwburg, nu als chef d’orchestre. Hij liet zijn autoriteit gelden en vormde het orkest om tot een van de beste van Europa, zoals de Engelse muziekhistoricus Charles Burney in 1772 bevestigde. Burney prees “Fitzthumb” om zijn tucht en moderne aanpak als orkestmeester.
Het echte keerpunt kwam op 20 april 1772, toen Vitzthumb samen met de acteur en librettist Louis Compain Despierrières directeur van de Munt werd. Zij verwierven een tienjarig octrooi als Comédiens Ordinaires de Son Altesse Royale. Vitzthumb investeerde enorm in kwaliteit: hij haalde de beste zangers naar Brussel (vaak tegen hogere gages dan toegestaan), renoveerde de zaal in een modieuze neo-classicistische stijl (blauw-wit-goud) onder leiding van architect Guimard, en zorgde voor een nieuw, demonteerbaar balletspektakel.
Zijn grootste passie bleef echter het Nederlandstalig muziektheater. Tegen de weerstand van de Franstalige elite en het stadsbestuur in, die het “amusement van het gepeupel” vreesden, richtte Vitzthumb een Troupe Nationale op binnen de Munt. Met zijn maître Walter Christian Kneuppel bracht hij vertalingen van populaire opera’s van Grétry, Gossec en Monsigny op de planken, zoals Den Kuyper (Le Tonnelier) en De Overlooper (Le Déserteur). Deze voorstellingen waren een immens publiekssucces en een broodnodige financiële injectie voor het vaak wankele theater. Vitzthumb paste de muziek zelf aan om ze beter te laten passen bij de Nederlandse tekst, een praktijk die zijn vakmanschap en toewijding aan de taal toonde.
Confrontatie en Ondernemerschap: Conflict met Grétry en mobiele theaters (1776-1781)
Zijn relatie met de beroemde componist André-Ernest-Modeste Grétry illustreert Vitzthumbs onafhankelijke geest. Aanvankelijk was hij Grétry’s belangrijkste ambassadeur in Brussel, die via persoonlijke contacten zelfs uniek materiaal uit privé-uitvoeringen in Fontainebleau verkreeg en publiceerde. In 1776 bezocht Grétry echter een uitvoering van zijn La fausse magie in Brussel en was ontstemd over de “modificaties” die Vitzthumb had aangebracht. Voor Vitzthumb was dit echter standaardpraktijk om een werk aan het lokale publiek aan te passen – een praktijk die door Charles-Joseph de Ligne juist als een talent werd gezien: “C’est lui qui… les perfectionne.”
Ironisch genoeg zette Vitzthumb daarna de spot met Grétry. In samenwerking met De Ligne en de mandolist Giovanni Cifolelli schreef hij de parodie Céphalide ou Les autres mariages samnites(1777), zijn enige opera waarvan de partituur bewaard is gebleven (in het kasteel van Beloeil). De hoofdrol werd gezongen door Angélique d’Hannetaire, de dochter van zijn voorganger.
Ondertussen was de financiële situatie van de Munt, mede door zijn eigen hoge investeringen, onhoudbaar geworden. Toen zijn verzoek om het octrooi op te zeggen werd geweigerd, sloot hij in mei 1777 eigenhandig het theater, werd gearresteerd en kort gevangen gezet. Vastberaden zette hij zijn Nederlandstalig project voort. Hij liet een mobiel houten theater bouwen, vervoerde zijn gezelschap, zijn dochters en decor per boot via de kanalen, en toerde opnieuw door Hollandse steden en Antwerpen.
Latere jaren: Terugkeer, het hof en politieke omwentelingen (1781-1816)
Van 1779 tot 1781 leidde Vitzthumb het Théâtre Français in Gent. In 1781 keerde hij terug naar Brussel als maître de musique et de chant in de Munt, nu onder de directie van de broers Alexandre en Herman Bultos. In 1786 bereikte hij het hoogste muzikale ambt: na de dood van Henri-Jacques de Croes werd hij hofkapelmeester.
De Brabantse Omwenteling (1789-1790) bracht hem in moeilijkheden. Hij schaarde zich bij de patriotten, wat leidde tot zijn schorsing als hofkapelmeester in 1791 wegens “mauvaise conduite”. Hij week uit naar Amsterdam, waar hij maître de musique werd aan het Collège Dramatique et Lyrique.
Uiteindelijk keerde hij terug naar Brussel, waar hij actief bleef tot op hoge leeftijd. In 1813 liet hij nog een balletpantomime, La cohorte d’Amour, opvoeren. In 1816, het jaar van zijn overlijden, werd hij geëerd met een groot concert waar hij, 93 jaar oud, naar verluidt zelf nog het orkest dirigeerde – een tribuut aan een leven in dienst van de muziek. Hij stierf op 23 maart 1816, niet in armoede zoals Fétis beweerde, maar gevierd als een monument.
Artistiek Profiel en Nalatenschap
Als componist is Vitzthumb grotendeels vergeten, maar zijn bewaarde werk toont veelzijdigheid. Het omvat symfonieën, geestelijke muziek (waaronder een indrukwekkende Lamentationes Jeremiae), marsen (zoals de Marche des Patriottes de Bruxelles) en natuurlijk zijn opera’s. Zijn belangrijkste compositorische erfenis ligt misschien wel in zijn populaire Recueils d’Ariettes (1775-1778), arrangementen van operahits voor klein bezit, die de opera toegankelijk maakten voor salons en amateurgezelschappen en een ware publicatiehausse ontketenden.
Zijn ware nalatenschap is echter institutioneel en artistiek-pedagogisch. Vitzthumb was een visionair directeur die de Muntschouwburg naar een Europese topniveau tilde. Hij was een onvermoeibaar pleitbezorger voor het Nederlandstalig muziektheater, lang voor de 19de-eeuwse Vlaamse Beweging. Hij begreep als geen ander de spanning tussen artistieke excellentie, commercieel overleven en maatschappelijke relevantie. Zijn leven was een aaneenschakeling van creativiteit, conflict, ondernemingszin en een onwrikbaar geloof in de kracht van het muziektheater voor alle lagen van de bevolking. Ignaz Vitzthumb verdient niet langer de vergetelheid; hij was een centrale architect van het muzikale leven in de Lage Landen.
Latest News
Keep your fans up to date on your latest news with our Blog feature. You can even upload podcasts here! If you need some ideas on what to write about, check out this post with 13 topics that musicians can blog about.
Latest Track
Bandzoogle's Music feature allows you to sell your albums and tracks - and we never take a percentage of your sales. Choose from set prices, free downloads, or even give away a track in exchange for a mailing list signup!
Shows
Our Events feature allows you to post your upcoming concerts and events on your website in a calendar or list view. The Pro plan even lets you sell tickets directly through your website!