Jean Arnold Antoine Tuerlinckx (1753-1827)
Mechelen’s master luthier
The Tuerlinckx workshops were active in Mechelen successively under the Austrian, French and Dutch regimes but ceased trading in about 1840.
Jean Arnold Antoine Tuerlinckx (1753-1827) started the business in 1782 and died in 1827. His son Corneille Jean Joseph Tuerlinckx (1783-1855) then took over and continued the firm started by his father. By then however the best years for high quality instruments were already in the past. By the middle of the 19th century it had become virtually impossible to compete with other local instrument builders and large foreign companies started to flood the market with relatively cheap instruments. Jean Arnold Antoine called such products “objets de bazar”.
In about 1840 the once so-flourishing business ceased trading.
_____
De Tuerlinckx werkplaatsen waren actief in Mechelen onder het Oostenrijkse, Franse en Nederlandse regime, maar stopten rond 1840 met hun handel.
Jean Arnold Antoine Tuerlinckx (1753-1827) begon het bedrijf in 1782 en overleed in 1827. Zijn zoon Corneille Jean Joseph Tuerlinckx (1783-1855) nam het bedrijf daarna over en zette de zaak van zijn vader voort. Tegen die tijd waren echter de beste jaren voor hoogwaardige instrumenten al voorbij. Tegen het midden van de 19e eeuw was het vrijwel onmogelijk geworden om te concurreren met andere lokale instrumentenbouwers en grote buitenlandse bedrijven begonnen de markt te overspoelen met relatief goedkope instrumenten. Jean Arnold Antoine noemde dergelijke producten "objets de bazar".
Rond 1840 stopte het ooit zo bloeiende bedrijf met de handel.
The Composer: Corneille Tuerlinckx
Beside the successful workshop, his son Corneille Jean Joseph Tuerlinckx (1783-1855) had also become an admired composer and a collector of coins and fossils.
Furthermore, he was less obsessed with instrument building than his father. Corneille Tuerlinckx died in 1855.
The year after his death, the workshop and the remaining instruments were sold.
Many works from his hand remain in manuscript.
Investigating all this music will be a big challenge for the upcoming years.
_____
Naast de succesvolle werkplaats was zijn zoon Corneille Jean Joseph Tuerlinckx (1783-1855) ook een bewonderde componist en een verzamelaar van munten en fossielen.
Bovendien was hij minder geobsedeerd door instrumentenbouw dan zijn vader. Corneille Tuerlinckx stierf in 1855.
Het jaar na zijn dood werden de werkplaats en de overgebleven instrumenten verkocht.
Veel werken van zijn hand blijven in manuscript bewaard. Het onderzoeken van al deze muziek zal een grote uitdaging zijn voor de komende jaren.
Airs Varié for Hobo
Corneille Tuerlinckxs handwriting
building and repairing wooden instruments
Little is known about the production and trade in wind instruments during the ancien régime, because musical instrument makers did not fall under a separate guild before the 19th century. If you wanted to make and sell wooden instruments you had to be a member of the guild of the joiners, the turners, the coffin makers or another guild that involved working wood. The makers of trumpets and other metal instruments by contrast had to belong to the guild of the copper founders, the coppersmiths, or the silver and goldsmiths.
You could go to Jean Arnold Antoine not just for a clarinet or an oboe, but also if you wanted a bow and arrows. He himself was a respected bowman and was counted as the best archer of his town and of all Flanders. Eventually the Tuerlinckx firm used two workshops, one next to the other, one for metal working and the other for building and repairing wooden instruments. To give an idea of production rates, it would take a worker 20 days to make six flutes.
_____
Er is weinig bekend over de productie en handel in blaasinstrumenten tijdens het ancien régime, omdat makers van muziekinstrumenten vóór de 19e eeuw niet onder een aparte gilde vielen. Als je houten instrumenten wilde maken en verkopen, moest je lid zijn van de gilde van de timmerlieden, de draaiers, de kistjesmakers of een andere gilde die met houtbewerking te maken had. Makers van trompetten en andere metalen instrumenten daarentegen moesten behoren tot de gilde van de koperslagers, de kopersmeden, of de zilversmeden en goudsmeden.
Je kon bij Jean Arnold Antoine niet alleen terecht voor een klarinet of een hobo, maar ook als je een boog en pijlen wilde hebben. Hij zelf was een gerespecteerde boogschutter en werd beschouwd als de beste boogschutter van zijn stad en van heel Vlaanderen. Uiteindelijk gebruikte de firma Tuerlinckx twee werkplaatsen, één naast de andere, de ene voor het werken met metaal en de andere voor het bouwen en repareren van houten instrumenten. Om een idee te geven van de productieomvang: het zou een werkman 20 dagen kosten om zes fluiten te maken.